De of het abdiceren?
Het abdiceren
Is het de of het abdiceren
In de Nederlandse taal gebruiken wij het abdiceren.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: abdicate
Deutsch: abdanken | Bekijk of het der of die abdanken is.
Français: abdiquer | Bekijk of het Le o La abdiquer is.
Jou of jouw: jouw abdiceren
Buigings-e:
Mooi of mooie abdiceren
Groot of grote abdiceren
Half of halve abdiceren
Grappig of grappige abdiceren
Leeg of lege abdiceren
leuk of leuke abdiceren
Vet of vette abdiceren
Snel of snelle abdiceren
Wit of witte abdiceren
Klein of kleine abdiceren
Rood of rode abdiceren
Dik of dikke abdiceren
Oud of oude abdiceren
Goed of goede abdiceren
Wat rijmt er op abdiceren
Elk of elke: Elk abdiceren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat abdiceren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons abdiceren
Wat rijmt er op abdiceren
Buigings-e:
Mooi of mooie abdiceren
Groot of grote abdiceren
Half of halve abdiceren
Grappig of grappige abdiceren
Leeg of lege abdiceren
leuk of leuke abdiceren
Vet of vette abdiceren
Snel of snelle abdiceren
Wit of witte abdiceren
Klein of kleine abdiceren
Rood of rode abdiceren
Dik of dikke abdiceren
Oud of oude abdiceren
Goed of goede abdiceren
Wat rijmt er op abdiceren
Elk of elke: Elk abdiceren
Aanwijzend voornaamwoord: Dat abdiceren
Bezittelijk voornaamwoord: Ons abdiceren
Wat rijmt er op abdiceren
Oefening van de dag



