Het jaargetijde

(50) Thanks!
Fout!


Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?

English: season
Deutsch: Saison | Bekijk of het der of die Saison is.
Fran├žais: saison | Bekijk of het Le o La saison is.
Jou of jouw: jouw jaargetijde
Wat rijmt er op jaargetijde


Elk of elke: Elk jaargetijde
Aanwijzend voornaamwoord: Dat jaargetijde
Bezittelijk voornaamwoord: Ons jaargetijde
Wat rijmt er op jaargetijde



Oefening van de dag

Volgende zoeken

Dagelijkse mail

De Nederlandse taal goed onder de knie krijgen? Oefen dan elke dag de lidwoorden. Wij sturen elke dag om 7.15 een e-mail met de link naar de oefening van de dag.


E-mail ontvangen

De of het memorie



Bekijk het spel

De muismat



Bekijk de muismat