De of het weervoorspeling?
De weervoorspeling
Is het de of het weervoorspeling
In de Nederlandse taal gebruiken wij de weervoorspeling.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: weather for backlash
Jou of jouw: jouw weervoorspeling
Buigings-e:
Mooi of mooie weervoorspeling
Groot of grote weervoorspeling
Half of halve weervoorspeling
Grappig of grappige weervoorspeling
Leeg of lege weervoorspeling
leuk of leuke weervoorspeling
Vet of vette weervoorspeling
Snel of snelle weervoorspeling
Wit of witte weervoorspeling
Klein of kleine weervoorspeling
Rood of rode weervoorspeling
Dik of dikke weervoorspeling
Oud of oude weervoorspeling
Goed of goede weervoorspeling
Wat rijmt er op weervoorspeling
Elk of elke: Elke weervoorspeling
Aanwijzend voornaamwoord: Die weervoorspeling
Bezittelijk voornaamwoord: Onze weervoorspeling
Wat rijmt er op weervoorspeling
Buigings-e:
Mooi of mooie weervoorspeling
Groot of grote weervoorspeling
Half of halve weervoorspeling
Grappig of grappige weervoorspeling
Leeg of lege weervoorspeling
leuk of leuke weervoorspeling
Vet of vette weervoorspeling
Snel of snelle weervoorspeling
Wit of witte weervoorspeling
Klein of kleine weervoorspeling
Rood of rode weervoorspeling
Dik of dikke weervoorspeling
Oud of oude weervoorspeling
Goed of goede weervoorspeling
Wat rijmt er op weervoorspeling
Elk of elke: Elke weervoorspeling
Aanwijzend voornaamwoord: Die weervoorspeling
Bezittelijk voornaamwoord: Onze weervoorspeling
Wat rijmt er op weervoorspeling
Oefening van de dag



