De of het aanvalsdoel?
Het aanvalsdoel
Is het de of het aanvalsdoel
In de Nederlandse taal gebruiken wij het aanvalsdoel.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: of attack
Deutsch: Angriffsziel | Bekijk of het der of die Angriffsziel is.
Français: cible d'une attaque | Bekijk of het Le o La cible d'une attaque is.
Jou of jouw: jouw aanvalsdoel
Buigings-e:
Mooi of mooie aanvalsdoel
Groot of grote aanvalsdoel
Half of halve aanvalsdoel
Grappig of grappige aanvalsdoel
Leeg of lege aanvalsdoel
leuk of leuke aanvalsdoel
Vet of vette aanvalsdoel
Snel of snelle aanvalsdoel
Wit of witte aanvalsdoel
Klein of kleine aanvalsdoel
Rood of rode aanvalsdoel
Dik of dikke aanvalsdoel
Oud of oude aanvalsdoel
Goed of goede aanvalsdoel
Wat rijmt er op aanvalsdoel
Elk of elke: Elk aanvalsdoel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat aanvalsdoel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons aanvalsdoel
Wat rijmt er op aanvalsdoel
Buigings-e:
Mooi of mooie aanvalsdoel
Groot of grote aanvalsdoel
Half of halve aanvalsdoel
Grappig of grappige aanvalsdoel
Leeg of lege aanvalsdoel
leuk of leuke aanvalsdoel
Vet of vette aanvalsdoel
Snel of snelle aanvalsdoel
Wit of witte aanvalsdoel
Klein of kleine aanvalsdoel
Rood of rode aanvalsdoel
Dik of dikke aanvalsdoel
Oud of oude aanvalsdoel
Goed of goede aanvalsdoel
Wat rijmt er op aanvalsdoel
Elk of elke: Elk aanvalsdoel
Aanwijzend voornaamwoord: Dat aanvalsdoel
Bezittelijk voornaamwoord: Ons aanvalsdoel
Wat rijmt er op aanvalsdoel
Oefening van de dag



