De of het gezinsleven?
Het gezinsleven
Is het de of het gezinsleven
In de Nederlandse taal gebruiken wij het gezinsleven.
Elke dag een e-mail ontvangen met de oefening?
English: family life
Deutsch: Familienleben | Bekijk of het der of die Familienleben is.
Français: la vie de famille | Bekijk of het Le o La la vie de famille is.
Jou of jouw: jouw gezinsleven
Buigings-e:
Mooi of mooie gezinsleven
Groot of grote gezinsleven
Half of halve gezinsleven
Grappig of grappige gezinsleven
Leeg of lege gezinsleven
leuk of leuke gezinsleven
Vet of vette gezinsleven
Snel of snelle gezinsleven
Wit of witte gezinsleven
Klein of kleine gezinsleven
Rood of rode gezinsleven
Dik of dikke gezinsleven
Oud of oude gezinsleven
Goed of goede gezinsleven
Wat rijmt er op gezinsleven
Elk of elke: Elk gezinsleven
Aanwijzend voornaamwoord: Dat gezinsleven
Bezittelijk voornaamwoord: Ons gezinsleven
Wat rijmt er op gezinsleven
Buigings-e:
Mooi of mooie gezinsleven
Groot of grote gezinsleven
Half of halve gezinsleven
Grappig of grappige gezinsleven
Leeg of lege gezinsleven
leuk of leuke gezinsleven
Vet of vette gezinsleven
Snel of snelle gezinsleven
Wit of witte gezinsleven
Klein of kleine gezinsleven
Rood of rode gezinsleven
Dik of dikke gezinsleven
Oud of oude gezinsleven
Goed of goede gezinsleven
Wat rijmt er op gezinsleven
Elk of elke: Elk gezinsleven
Aanwijzend voornaamwoord: Dat gezinsleven
Bezittelijk voornaamwoord: Ons gezinsleven
Wat rijmt er op gezinsleven
Oefening van de dag



